kring
[krɪŋ]de; m.; -en
Kantlijnnotitie: benen over elkaar
- Stoelen in een cirkel waarin 28 mensen tegelijk iets willen vertellen.
- Plek waar je alles hoort over hamsters, broertjes en wat er gisteravond op tv was.
“Zitten er bananen in je oren?”(Het werkt. Elke keer weer.)


